Verbetertraject mondt uit in een verstoorde arbeidsrelatie. Kosten voor Werkgever: € 100.000

22-04-20

Werknemer is per november 2016 in dienst bij Werkgever. Na een promotie krijgt de Werknemer half 2019 een onvoldoende beoordeling. Partijen starten een verbetertraject. Werkgever heeft echter geen vertrouwen in een goede afloop van het verbetertraject en wil de arbeidsovereenkomst met Werknemer spoedig beëindigen. 

Werknemer meldt zich vervolgens op 9 oktober 2019 wegens medische redenen ziek. Op 10 oktober 2019 vindt een gesprek plaats, waarbij aan Werknemer een vaststellingsovereenkomst wordt overhandigd. De gemachtigde van Werknemer wijst het beëindigingsvoorstel van de Werkgever af en doet een tegenvoorstel. Op 11 november 2019 meldt Werknemer zich hersteld. In het gesprek op 12 november 2019 geeft Werkgever aan Werknemer aan dat hij per direct is vrijgesteld van werk, waar Werknemer per brief van 12 november 2019 tegen protesteert. Op 20 november 2019 biedt Werkgever aan Werknemer aan om terug te keren in de functie die hij bekleedde bij de indiensttreding (demotie). Werknemer weigert dit aanbod. Werkgever start vervolgens een ontbindingsprocedure bij de rechtbank.

Oordeel kantonrechter: Werknemer krijgt billijke vergoeding van € 100.000 bruto!

Gelet op wat partijen over en weer hebben verklaard stelt de kantonrechter vast dat de arbeidsverhouding tussen partijen ernstig en duurzaam is verstoord. De ontstane verstoorde arbeidsverhouding is met name toe te rekenen aan Werkgever; omdat:

Verwijten ten aanzien van het functioneren van Werknemer zijn onvoldoende concreet gemaakt en onderbouwd;
  • Het was onduidelijk voor Werknemer dat het aanblijven in zijn functie ter discussie stond;
  • Werknemer heeft zich welwillend opgesteld en bereid getoond om zich te verbeteren maar daar geen reële kans van Werkgever voor gehad;
  • Er waren geen afspraken gemaakt over de concrete verwachtingen en termijn waarbinnen het functioneren verbeterd zou moeten zijn, vonden geen tussentijdse evaluaties plaats en verzoek van Werknemer om gebruik te maken van externe ondersteuning is door Werkgever nooit ingewilligd;
  • De consequenties bij het niet verbeteren van het functioneren waren voor Werknemer niet bekend nu deze ook niet besproken waren.
Werkgever heeft de deur voor Werknemer dichtgegooid en het vertrouwen van Werknemer in de Werkgever ernstig geschaad. Uit niets is gebleken dat Werkgever zich heeft ingespannen om de arbeidsrelatie te herstellen.

De kantonrechter ziet daarom aanleiding om aan Werknemer een billijke vergoeding toe te kennen van € 100.000 bruto.